
Compositions
Compositions
Toonaarden
Er zijn twee soorten toonaarden:
Groot = majeur
Klein = mineur
Elke voortekening (kruisen of mollen vooraan een compositie) kan zowel een grote als een kleine toonaard aanduiden.
In dit hoofdstuk zoeken we uit hoe we de juiste toonaard vinden.
Stap 1: Majeur
Zijn er kruisen aan de voortekening?
Neem dan de laatste kruis (dit is de leidtoon) en ga één stapje hoger.
Dit is je majeurtoonaard.
Zijn er mollen aan de voortekening?
Neem dan de voorlaatste mol.
Dit is je majeurtoonaard.
Begrepen? Test het uit met
toonaardquiz nummer 1
Engels:
Major = groot, majeur
Minor = klein, minor
Toonaardquiz nummer 2: zelfde vraag, niveautje moeilijker



Stap 2: Mineur
Is de laatste basnoot (of het laatste akkoord) dezelfde als de tonica die je vond in stap 1?
Dan blijft het de majeurtoonaard.
Ligt de laatste basnoot (of het laatste akkoord) een kleine terts lager dan de tonica die je vond?
Dan is het de mineurtoonaard, een kleine terts lager.
Test het uit met toonaardquiz nummer 3.
Moeilijkere versie: toonaardquiz nummer 4.

Voortekening van re groot
De eindnoot is ook re
De toonaard is re groot

Voortekening van re groot
De eindnoot is si, een kleine terts lager dan re
De toonaard is si klein

Modaliteit
Naast onze twee toonaarden bestaan er ook tal van 'modi'.
Tonaliteit is ontstaan uit modaliteit... Dit zijn twee begrippen die op dit punt niet van belang zijn, maar die ik verder uitklaar in volgend hoofdstuk:
Wie hiermee al vertrouwd is, kan dezelfde quiz uitbreiden met de gekende modi.
Modusquiz 1
Om af te sluiten: een stevige Modusquiz 2
(eenmaal je de truc doorhebt, valt het nog wel mee...)